Snake-Eater

Tegenwoordig is het niet moeilijk om fantasy novels te vinden, maar fantasy die niet zomaar als dertien in een dozijn aanvoelt, dat is al heel wat moeilijker. De boeken van T. Kingfisher vallen wat mij betreft in die categorie. Kingfisher is het pseudoniem van Ursula Vernon, een Amerikaanse schrijfster van fantasy, horror en science fiction. Ze won de prestigieuze Nebula en Hugo awards en is dus best een grote naam in het wereldje.

In haar fantasy en horror novels weet ze altijd wel een origineel uitgangspunt te vinden voor mythologie en lore in een modern of onverwacht jasje. Dat is niet anders in Snake-Eater. We volgen Selena, een jonge vrouw die na de dood van haar moeder New York en een abusieve relatie ontvlucht. Samen met haar labrador Copper trekt ze naar haar tante Amelia in Quartz Creek, een afgelegen woestijnstadje van maar een paar huizen groot ergens. Daar trekt ze in het huis van haar tante die jammer genoeg overleden is. Doorheen het boek zien we hoe Selena langzaam het zelfvertrouwen terugvindt dat ze in haar relatie was kwijtgeraakt, met de hulp van de kranige en geestige zeventiger Grandma Billie, haar exentrieke en niet op haar mond gevallen buurvrouw (die een oude transoma blijkt te zijn - "the hard bits cut off fortyseven years ago" :-))), Father Aguirre en de andere dorpsbewoners. En dat moet ook wel want Selena wordt geconfronteerd met eeuwenoude goden en spirits en de communicatie loopt niet bepaald van een leien dakje.

Als heks is dit een thema dat uiteraard meteen de aandacht trekt. Wij werken ook met goden en spirits allerhande. Dat gaat meestal gepaard met het nodige respect en de nodige waarschuwingen. Spirits zijn meestal niet kwaadaardig maar begrijpen ons dikwijls gewoon niet en dat is wederzijds. In een keynote verwoordde een expert het ooit zo: goede communicatie gaat niet over hoe je het bedoelt maar hoe de toehoorder het begrijpt. En in het geval van wezens die in een heel andere plane of existence leven kan zo'n miscommunicatie snel ontaarden in iets dat niet meer gezond is.

Het boek speelt zich af in de dorre woestenij van zuidwest-Amerika, met zijn cactussen, rotspartijen en schrale, stoffige vlakten. De snake-eater van de titel verwijst naar de roadrunner, de meep meep vogel met de kuif die we allemaal kennen uit de Looney Tunes cartoons en die zich hier in dit dorre landschap thuis voelt.


In het Nederlands heet hij "Grote Renkoekoek" en hij heeft die naam niet gestolen want het beest meet vijftig tot zestig centimeter en hij kan tot 37 kilometer per uur halen met zijn grote poten. Zijn Engelse naam heeft de vogel te danken aan zijn gewoonte om ook op wegen te jagen, zowel op aangereden wild als op reptielen die zich op het asfalt opwarmen. De grote renkoekoek is immers een vleeseter, een carnivoor die bovendien niet bang is van ratelslangen en die soms ook agressief kan zijn. Met zijn grote kuif en glinsterende wit omrande zwarte ogen heeft hij wel wat weg van die enge kleine velociraptors uit Jurassic Park en daar rekent Kingfisher natuurlijk op :-)

De manier waarop Kingfisher de spiritlore in haar boek verwerkt is heerlijk. Als Selena verschrikt een groengestreept mannetje opmerkt dat zich over haar versgezaaide pompoenbedden buigt, vertelt  Grandma Billie haar dat zich daar achteraan in Amelia's tuin een 'thin spot' bevindt, een plek waar de grens tussen onze wereld en de wereld van de spirits dunner is. De kans om een spirit tegen het lijf te lopen op zo'n plek is dus reëel. Volgens Grandma Billie houden de meeste spirits daar van maïsmeel  en tabak. Zo leer je nog eens wat in een fantasy novel. Het is overigens de katholieke priester Father Aguirre die ons meer weet te vertellen over de lokale spiritwereld. Als hij aan Selena een houten beeldje laat zien waarin ze de trekken van het mannetje in haar tuin herkent, legt hij haar het verschil uit tussen een kachina en een “gewone” spirit. 

Kachina’s kennen we uit de mythologische verhalen van de Hopi indianen die in pueblo’s op de mesa’s (tafelbergen) in de woestijn van Noordoost-Arizona leven. Ze staan bekend als goede "dry farmers”, die maïs, bonen en pompoen verbouwen zonder irrigatie, afhankelijk van regenval. Dat is wat Selena ook doet in haar woestijntuin, met de hulp van Grandma Billie en de kleine groengestreepte pompoenspirit. De pompoenspirit is echter geen kachina maar gewoon een lokale, kleine pompoenspirit. De pompoenkachina is een veel grotere spirit, iets als een überpompoenspirit die boven de kleine spirits staat. 

Een kachina kan alles in de natuurlijke wereld of de kosmos vertegenwoordigen, van een vereerde voorouder tot een element, een locatie, een eigenschap, een natuurverschijnsel of een concept. Er kunnen kachina's zijn voor de zon, sterren, onweersbuien, wind, maïs, insecten enz. … Eigenlijk zijn de kachina’s een soort van goden, al worden ze niet aanbeden. Maar ze worden wel met veel eerbied en respect behandeld want ze worden terecht gezien als machtig wezens die hun specifieke krachten kunnen gebruiken om mensen te helpen, bijvoorbeeld door regen, genezing, vruchtbaarheid of bescherming te brengen. Dat is geen luxe in een barre omgeving als de woestijn. Het basisconcept is dat alles in het universum een essentie of levenskracht heeft en dat mensen met deze krachten kunnen interageren om te overleven. 

Zelfs Father Aguirre, de katholieke priester van het dorp, behandelt hen met respect, of zoals hij het zelf verwoordt als Selena hem vraagt hoe het komt dat hij in de plaatselijke goden kan geloven: “The first commandment is ‘Thou shalt have no other gods before Me,’” he said gently. “It doesn’t say that there aren’t any others, or that you shouldn’t be polite when you meet them. I’d probably try to talk you out of worshipping one, but . . . well . . . we all make our own peace with the desert. Call them spirits if it sits easier with you. And if you’re worried for your immortal soul, come talk to me.” In het Nederlands wordt dat "Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben" (Exodus 20:3) of "Ik ben de Heer uw God; vereer naast Mij geen andere goden" en dat sluit inderdaad het bestaan van andere goden niet uit. Integendeel zelfs, het impliceert zelfs dat er andere goden bestaan …

Het helpt natuurlijk dat er meer achter het vriendelijke gezicht van de priester zit dan je zou verwachten. De Hopi geloven dat de kachina’s in de eerste zes maanden van het jaar hun dorpen bezoeken en dat ze relaties met mensen kunnen hebben. Ze hebben families, kunnen trouwen en kinderen krijgen. En die kinderen kunnen naar het seminarie gaan.

Kachina’s verwijzen niet alleen naar de godheid zelf, maar ook naar de kachinadansers die met hun dansen de kachina’s oproepen en naar de speciale kachinabeeldjes die van de goden worden gemaakt. Father Aguirre toont Selena zo’n beeldje als hij het concept van de kachina’s uitlegt. Maar in het huis van haar tante Amelia staat ook een kachinabeeldje van Snake-Eater. Dergelijke beeldjes worden met evenveel respect behandeld als de godheid zelf. Meestal zijn het de vrouwen die zorg dragen voor de kachinabeeldjes. Als je weet dat de Hopi een matrilineaire cultuur hebben, dan zegt dat ook wel wat over het belang van de beeldjes, al worden er tegenwoordig ook heel wat nepbeeldjes gemaakt voor de toeristen.

Het lokale pantheon van kachina’s verschilt van pueblo-gemeenschap tot pueblo-gemeenschap. In Snake-Eater leren we een paar kachina’s kennen uit de buurt: Hond, Raaf (die als DJ Raven een heerlijk eclectische lokale radiouitzending verzorgt), Schorpioen, Ratelslang, … en natuurlijk Snake-Eater. Quartz Creek is maar een heel klein woestijnstadje, slechts twaalf huizen groot, en dus zijn de lokale goden ook “kleine” goden. Maar klein of niet, je wil ze niet tegen je in het harnas jagen. Wat er gebeurt als dat toch het geval is, lezen we in het boek.

Een interessant idee dat ook in het boek wordt neergelegd is het ontstaan van de spirits in kwestie. Dan zijn we terug bij het basisidee dat alles bezield is. Father Aguirre haalt er de katholieke doctrine bij: als je genoeg menselijke cellen bij elkaar brengt, krijg je een menselijk lichaam dat vervolgens levenskracht krijgt. Met andere woorden: er komt een ziel in wonen. Datzelfde gaat volgens hem ook op voor een stad: zet genoeg gebouwen bij elkaar en je krijgt een stad met een ziel, een deva. Misschien geldt dat ook voor andere spirits en ontstaat een spirit als er een kritische hoeveelheid van iets bij elkaar komt, zoals de cellen in een menselijk lichaam of de gebouwen in een stad. Misschien zorgen duizend duiven in Antwerpen wel voor een lokale Antwerpse duivenspirit. Of om terug te keren naar het boek: duizend pompoenplanten maken misschien wel dat er een groengestreepte kleine pompoenspirit tot leven kan komen, die net zoals wij met onze levenskracht en ziel invloed hebben op ons lichaam, invloed kan hebben op die duizend pompoenplanten die ervoor zorgden dat hij tot leven kwam.

Of dat contradictorisch is met het christelijk geloof is maar de vraag. In de middeleeuwen was er bijvoorbeeld een wijdverspreide christelijke volksovertuiging dat feeën “neutrale” engelen waren die tijdens de zondeval niet voor God en niet voor Lucifer hadden gekozen (al was dat slechts één van de mogelijke verklaringen voor het bestaan van fairies). En in de Koran staat dat God de djinn schiep uit vuur. 

Het is maar een klein stukje uit het boek, maar daarin worden wel interessante vragen gesteld. Het zijn allemaal vragen waarop we geen antwoord hebben maar die wel interessant zijn om over na te denken:

  • Als je tienduizend pompoenen kweekt, creëer je dan één heel grote spirit, een tiental kleinere, of helemaal geen? 
  • Komen spirits tot leven op dezelfde manier als mensen? 
  • Was de spirit er altijd al, en waren die duizend dingen alleen nodig om hem vorm te geven?
  • Als je een nieuw dier zou introduceren op een bepaalde plek, zou dat hier dan na verloop van tijd een nieuwe spirit voortbrengen, of zou er een oude spirit van ergens anders meekomen?
  • Zou je een spirit kunnen doden door genoeg van zijn basisdingen uit te roeien, zoals de pompoenen van de pompoenspirit, en waar gaat die spirit dan naartoe? Zou die spirit naar de hemel gaan, ervan uitgaande dat God alles heeft geschapen? 
  • Zijn er spirits van uitgestorven dieren zoals dodo's in de hemel? 
  • En waarom lijken sommige plekken een eigen ziel te hebben? 
  • Wat moeten we trouwens denken van spirits die kinderen verwekken, zoals we lezen in sommige mythologische verhalen?

Het boek blijft natuurlijk wel een fantasy novel en alles wat ik hierboven schreef wordt door de meeste lezers waarschijnlijk afgedaan als goed gevonden. Maar wie een klein beetje spirituele achtergrond heeft, zoals alle heksen die ik ken, weet dat Kingfisher zich goed heeft ingelezen en de mosterd heeft gehaald bij de ervaringen die de Hopi en andere mensen die met spirits werken met deze wezens hebben gehad. Het is fijn om dit verweven te zien in een heel toegankelijk boek dat eigenlijk helemaal niet gaat om spirits en goden maar om het zich met veel moeite losmaken uit een slechte relatie, en dan maakt het niet uit of die partner menselijk is of niet.

Reacties

Populaire posts van deze blog

De heksenrunen

Runen van bij ons: de Friese Futhork

De numerologie van je heksennaam