De rijke bramenplukker (Godfried Bomans)
Vele jaren geleden leefde er in een groot bos een oude bramenplukker. Zijn vader en moeder lagen al een halve eeuw aan de voet van een beuk begraven, doch dat was de bramenplukker reeds lang vergeten; hij wist niet eens wat het scheefgezakte kruis eigenlijk beduidde doch achtte het raadzaam, wanneer hij er 's nacht langs moest, een omweg te maken. Verder woonde er niemand in het bos en daarom dacht de bramenplukker dat hij alleen op de wereld was. Deze gedachte deed echter zijn opgewektheid geen schade. Hij zong luidkeels de vrolijkste liederen, zonder ophouden, behalve 's nachts, want dan moest hij slapen - dat is een goede verontschuldiging. Maar verder, verder was er geen vrolijker mens denkbaar. "Zie," placht hij 's morgens te zeggen, "die zilveren parels op de bloemen! Voor wie anders liggen al die diamanten over het gras gestrooid dan voor mij? Wat ben ik rijk!" En als hij door het woud liep, zuchtte hij: "Wat een hoge gewelven, wat een ruim...