Het verhaal van Cerridwen en Gwion Bach

Heel lang geleden leefde er in Wales een vrouw die magische krachten had en heel machtig was. Haar naam was Cerridwen of Zij die Gezegend is. Ze woonde samen met haar man Tegid Foel en haar twee kinderen in een magisch kasteel op de bodem van het meer van Llyn Tegid, dat in het Engels Bala Lake heet. Haar eerste kind was een prachtige dochter die Creirwy heette. Haar tweede kind was een jongen, Morfran, die zo lelijk was dat het pijn deed aan je ogen. Hij werd ook wel eens Afagddu genoemd, het Duisterste Duister. Hij was zo lelijk dat zelfs tijdens een gevecht niemand het tegen hem wou opnemen omdat ze dachten dat hij de duivel was en de incarnatie van het kwaad...

Cerridwen wist dat ze iets moest doen voor haar zoon. Zo lelijk als hij was zou hij nooit een vrouw vinden, zelfs vrienden vinden zou een probleem zijn. Maar wat kon ze doen? Ze dacht heel lang na. Omdat ze niets kon doen aan het feit dat hij zo lelijk was - zelfs als ze hem van gedaante liet wisselen, zou hij nog altijd lelijk zijn – wilde ze hem met een toverspreuk de gave schenken van wijsheid en poezie.

De toverspreuk was niet simpel en het zou een hele tijd duren om hem samen te stellen. Ze zou er veel verschillende planten en schors van verschillende bomen voor nodig hebben, en ze moest geheime ingrediënten zoals kruidenextracten verzamelen en dat op specifieke tijdstippen gedurende het jaar. En als ze alle ingrediënten had verzameld, moest ze er een speciale toverdrank van brouwen.

Het brouwen van de toverdrank zou een heel jaar duren! Hij moest bovendien gebrouwen worden op een speciale manier. De toverdrank moest constant geroerd worden in het juiste ritme, het vuur moest constant dezelfde juiste temperatuur hebben en er moest constant water toegevoegd worden om het brouwsel aan de kook te houden. Dat was heel veel werk, meer dan ze zelf zag zitten, en dus huurde ze de diensten in van een oude man en een jongen uit één van de dorpjes aan de rand van het meer. Ze gaf hen een toverdrankje zodat ze onder water konden leven, in haar kasteel, maar ze konden het hele jaar niet weg  zolang de toverdrank voor haar zoon niet klaar was.

Cerridwen liet hen genoeg hout verzamelen om het vuur het hele jaar brandend te houden. Daarna maakten de oude man en de jongen het vuur aan terwijl zijzelf de toverspreuk begon op te zeggen. Ze zette haar speciale ketel, die Amen heette, op het vuur en begon de ingrediënten voor de toverdrank er in de te doen: een beetje van deze plant, een beetje van die boomschors, een kwak speciale modder en zo ging ze verder tot alle ingrediënten er in zaten. Terwijl ze één voor één alle ingrediënten aan het brouwsel toevoegde, zong ze de toverspreuk, zich concentrerend op de juiste woorden van de spreuk. Ze maakte de toverspreuk krachtiger en krachtiger, tot alle ingrediënten in de ketel zaten en haar werk gedaan was. Nu was het aan Gwion Back en de oude man.



Traag roerden ze het brouwsel, elk om de beurt. Terwijl de ene roerde, gooide de andere hout op het vuur. Twee keer per dag, bij het eerste en het laatste licht, kwam Cerridwen kijken naar haar ketel om er zeker van te zijn dat de toverspreuk vooruitging. Traag draaide het wiel van het jaar tot het uiteindelijk de laatste dag van het jaar was. En op die laatste dag ging het mis.

Die dag was het aan Gwion Back om het brouwsel te roeren. We weten niet wat er precies gebeurde, of het nu was omdat er te veel hout op het vuur was gegooid of omdat hij een beetje te snel aan het roeren was, maar plotseling spatten er drie druppels van het brouwsel uit de ketel , op de duim van Gwion.

Het brouwsel was kokend heet en zonder na te denken, stak Gwion zijn vinger in zijn mond. De toverspreuk die voor Morfran bedoeld was, werkte nu op Gwion. Toen Cerridwen in haar kasteel de kracht van de toverspreuk voelde toen die werd geactiveerd, wist ze dat al haar werk voor niets was geweest. Alle kracht van wijsheid, inspiratie en poezie uit de Ketel van Inspiratie was nu van Gwion en niet van Morfran!

Cerridwen was woest en stormde de trappen af naar het vuur. Met zijn pas verworven kennis en inzicht wist Gwion precies wat er was gebeurd en wat zou gaan gebeuren als Cerridwen hem te pakken kreeg. Hij gebruikte zijn nieuwe krachten en veranderde zichzelf in een baars en sprong in het meer. Cerridwen zag hem veranderen en veranderde zichzelf ook, in een snoek, om achter hem aan te gaan. Ze joeg hem het hele meer door, naar de andere kant van het meer, waar hij aan land sprong en zichzelf in een haas veranderde.

Cerridwen veranderde zichzelf in een windhond en ging achter hem aan. Ze was veel groter en sneller dan Gwion en zehad hem bijna ingehaald toen hij een beekje zag. Bliksemsnel veranderde hij zich in een zalm, sprong in het beekje en zwom weg.

Maar Cerridwen had hem gezien en ze veranderde zichzelf in een otter en sprong in de beek om de zalm op te jagen. De jacht was snel en woest, onder boomstammen en over rotsblokken, doorheen poeltjes en diepe meren, maar Cerridwen kwam steeds dichter en dichterbij. Gwion sprong in de lucht, veranderde in een vogeltje en vloog meteen hoog de lucht in. Cerridwen veranderde in een havik en bleef achter hem jagen. Ze ging boven Gwion vlieg’en en wilde net naar beneden duiken om hem met haar scherpe klauwen te verscheuren toen hij het koren zag dat opgebonden op het erf van een boerderij stond.

Gwion veranderde zichzelf in een graankorreltje en viel tussen de korenschoven, als één van de vele graankorreltjes tussen het kaf. Cerridwen vloog naar beneden en dacht na. Hoe kon ze hem vinden? Toen veranderde ze zichzelf in een kip en pikte alle graankorreltjes op die ze tussen het koren kon vinden. Eén van die graankorreltjes was Gwion.

Nu denken jullie dat het verhaal van Cerridwen en Gwion hiermee gedaan is, maar zoals dat gaat in verhalen, was het opeten van Gwion niet het einde van het verhaal. Cerridwen ontdekte dat ze zwanger was omdat ze het graankorreltje had opgegeten en ze zwoer dat ze het kind zou doden zodra het was geboren. De negen maanden waren snel voorbij. Toen de baby geboren was, hoefde Cerridwen maar één keer naar hem te kijken om te weten dat ze zo’n mooi en lief babietje geen kwaad kon doen. Maar ze had gezworen dat ze hem zou doden! En dus maakte ze een mooie wieg, legde de baby daarin en liet hem wegdrijven op de rivier.

Nu wil het toeval – maar bestaat toeval echt? – dat dat net op de eerste mei was, Calan Mai of Beltain zoals het in Wales wordt genoemd. Op die dag begon het visseizoen op de rivieren in Wales.  De zoon van de koning, Elffin, was die ochtend aan het vissen. Heel de morgen haalde hij niks boven, behalve dat prachtige babyjongetje. Toen hij het dekentje in de wieg opzijsloeg, riep hij "Dyma dâl iesin!" - wat een mooi voorhoofd! - waarop de baby hem antwoordde "Taliesin bid!" - laat het Taliesin zijn! - ook al was hij maar drie dagen oud.

En zo voedde Elffin Taliesin op tot hij oud genoeg was en de grote tovenaar Merlijn werd, zoals wij hem kennen. Maar dat is weer een ander  verhaal ...


Bron: Skip Ellison © 2002 - http://www.dragonskeepfarm.com/Bardic/Cerridwen.htm

Reacties

Unknown zei…
Prachtverhaal :)

Populaire posts van deze blog

De heksenrunen

Zuiverende eitjes: egg cleansing

De numerologie van je heksennaam