vrijdag 25 december 2009

Over vliegende rendieren en champignons

Toen ik - als goede company manager :-) - de goed heilig man mandarijnen en chocolade in de schoenen van onze artiesten liet droppen begin december, keek het gros van onze artiesten een beetje verbaasd naar al dat lekkers. Van Sinterklaas hadden ze nog nooit gehoord, van Santa Claus daarentegen des te meer. Deze "neef" van onze Sinterklaas stamt rechtstreeks af van zijn oom uit de Lage Landen - Nederlandse kolonisten brachten hem mee naar Amerika - maar net als zijn illustere Europese neef blijkt hij toch een iets minder christelijke achtergrond te hebben dan de meeste mensen denken. Misschien maar goed dat ze dat in het ultraconservatieve hyperchristelijke Amerika niet door schijnen te hebben, ze hadden er meteen kerstmis afgeschaft :-)

De band tussen Sinterklaas/de kerstman en Wodan is al vaker uitgespit, maar wat over deze sjamanistische insteek? De meeste mensen zien kerstmis nog steeds als een christelijk feest, maar de meeste symbolen voor kerstmis stammen uit de sjamanistische tradities uit het voorchristelijke Noord-Europa.

De kerstman en Sinterklaas dragen allebei knalrode pakjes met witte accenten. Dat is nu net de kleur van de Amanita Muscaria of vliegenzwam, die je vaak in dennenbossen tegenkomt. Iedereen kent de vliegenzwam. Het prototype van het kabouterhuisje wordt in verband gebracht met magie, elfen en kabouters en duikt dan ook steevast op in sprookjesboeken. Die band met de "andere wereld" heeft hij echter niet zomaar. DE vliegenzwam heeft een stevige hallucinogene werking en werd daarom gebruikt door prechristelijke volkeren tijdens hun rituelen. In het Noord-Europa van voor Christus werd de vliegenzwam beschouwd als een "heilige zwam". De meeste elementen die we met kerstmis in verband brengen - de kerstman, kerstbomen, vliegende rendieren en het geven van cadeautjes - zijn eigenlijk af te leiden van oeroude tradities rond het vieren van de oogst en het gebruik van deze champignon.

O denneboom, o denneboom
Onze traditionele kerstboom verwijst rechtstreeks naar het wereldbeeld van oude nomadische volkeren (waaronder ook de huidige Lappen in Finland en sommige stammen die nog steeds nomadisch leven in de steppen van centraal Rusland). Zij geloven in de idee van de Wereldboom. De Wereldboom was een soort van kosmische as waar alle verschillende werelden op waren geënt. De wortels van de Wereldboom strekten zich diep uit naar de onderwereld, de stam werd gezien als een soort van "middenaarde", de reële wereld, en zijn takken gingen hoog naar boven, naar de Hemel (in de metafysische zin van het woord).

Wij hangen rode kerstballen in onze kerstbomen. We weten het misschien niet meer, maar dit verwijst rechtstreeks naar de vliegenzwammen die rond de dennen groeien. De vliegenzwam groeit immers niet gelijk waar. Je vindt hem meestal onder wintergroene bomen zoals dennen. De knalrode ronde paddestoelhoeden die we zien groeien uit het mycelium van de zwam, dat ondergronds in symbiose leeft met de wortels van de boom, werden door oude volkeren beschouwd als de vruchten van de boom.

De poolster werd eveneens beschouwd als heilig. Alle andere sterren draaiden immers rond dit ene vaste punt. De poolster werd in verband gebracht met de Wereldboom en de centrale as van het universum. De top van de Wereldboom reikte tot aan de poolster en de geest van de sjamaan moest deze metaforische boom helemaal tot aan de top beklimmen om in de wereld van de goden te komen. Dat is de reden waarom wij nog steeds een grote ster boven op onze kerstboom zetten. Het is ook de reden waarom de Kerstman op de noordpool woont.

Oude volkeren waren ook verbaasd hoe de dennen hun precieuze vruchten - de vliegenzwammen rond hun stam - uit de aarde konden laten ontspruiten zonder zichtbaar zaad. Ze beschouwden dit als een soort van "onbevlekte ontvangenis" die het resultaat moest zijn van de bevruchting van de boom door de ochtenddauw, het "zaad van de goden". Als wij nog steeds zilveren slingers en lintjes in onze kerstboom hangen, dan is dat om dit goddelijke zaad te symboliseren!

Rudolph the rednosed reindeer
De actieve ingrediënten van de vliegenzwam worden niet opgenomen in ons lichaam en blijven dus achter in de urine. Het is zelfs veiliger om urine te drinken van iemand die vliegenzwammen heeft gegeten dan de zwam zelf te eten, aangezien veel van de toxische stoffen in de zwam door de spijsvertering worden afgebroken. Oude volkeren dronken elkaars urine om de effecten van de zwam maximaal te kunnen beleven, zonder de nadelen te hebben van het gif van de paddestoel. De effecten van de zwam blijven ook lange tijd actief en daarom werd de paddestoelenurine verschillende keren gerecycleerd, zelfs na zes keer opnieuw drinken en uitplassen bleken ze nog te werken. De Engelse uitdrukking "to get pissed" (dronken worden) zou volgens sommige wetenschappers van dit gebruik af te leiden zijn, omdat het drinken van urine duizenden jaren voor het drinken van alcohol in zwang zou zijn geweest (al kan ik mij dat heel moeilijk voorstellen).

Rendieren zijn nog steeds de heilige dieren van semi-nomadische stammen zoals de Lappen. De rendieren geven hen niet alleen hun vlees maar ook beschutting, kleding en andere nuttige dingen. Rendieren blijken ook een voorliefde te hebben voor de vliegenzwam. Geloof het of niet, maar de dieren zoeken ze speciaal op en worden dan helemaal wild onder de invloed van de hallucinogenen in de zwam. De urine van zo'n trippend rendier werd geconsumeerd voor zijn psychedelische effecten. Maar het omgekeerde gebeurt ook: rendieren drinken graag urine van mensen, zeker als die vliegenzwammen hebben gegeten. Sommige Lappen dragen een drinkzak met daarin hun eigen opgevangen urine, die ze gebruiken om uitgebroken of afgedwaalde rendieren opnieuw bij de kudde te lokken.

Een van de effecten van de vliegenzwam is het gevoel dat afmetingen niet meer kloppen en het gevoel dat je aan het vliegen bent. Dat gevoel van te vliegen is misschien de achtergrond van de legende van de vliegende rendieren die de kerstman op zijn reis vergezellen. De verhalen van sjamanistische reizen vertellen inderdaad over gevleugelde rendieren die de sjamaan op hun rug meenemen naar de hoogste top van de Wereldboom.

Ho ho ho
Ook al is de kerstman grotendeels een uitvindsel van de marketingafdeling van Coca-Cola, toch lijken zijn uiterlijk, kledij en compagnons, en ook wat hij doet, te wijzen op een reincarnatie van deze oude paddestoelenverzamelende sjamanen. Een van de bijkomende effecten van het eten van vliegenzwammen is dat je er verhit gaat uitzien: je kaken krijgen als het ware een rode gloed. De rode kaken en neus van de kerstman hebben net dezelfde rode kleur. Zelfs zijn gulle "ho ho ho!" lijkt op de euforische bulderlach van iemand die zich net te buiten is gegaan aan magische paddestoelen. De kerstman ziet er ook uit als een paddestoelenverzamelaar. De sjamanen die de magische paddestoelen gingen oogsten, kleedden zich ongeveer zoals de kerstman. Ze droegen rode vesten, afgezet met wit bont, en dikke zwarte laarzen.

Deze mensen leefden en leven soms nog steeds in een "yurt", een soort van hut gemaakt van berkentwijgen en rendierhuiden. Zo'n yurt lijkt wel een beetje op een tipi, met een centraal rookgat vanboven. Doorheen het rookgat werd een stok gestoken om de sjamanistische reis onder invloed van paddestoelen te symboliseren. Het rookgat was het portaal langs waar de geest van de sjamaan onze fysieke wereld kon verlaten. Het centrale rookgat werd echter ook dikwijls gebruikt als de gewone ingang tot de yurt. Nadat ze terugkwamen van hun paddestoelenjacht, kwamen de sjamanen als het ware door de schouw naar beneden met op hun rug een zak vol paddestoelen ... In landen waar de kerstman komt in plaats van Sinterklaas is het nog steeds de gewoonte om de open haard waar de kerstman door naar beneden komt te versieren met snoepjes, popcorn of slingers. Deze traditie is een echo uit een ver verleden. De sjamaan en zijn groep hingen de paddestoelen rond het vuur te drogen. Eens de vliegenzwammen geoogst zijn, moeten ze worden gedroogd. Het drogen vermindert de giftigheid van de paddestoel, maar versterkt het effect ervan.

De kerstman reist in een magische slee die hem in één nacht rond de wereld brengt. Deze slee is dezelfde als de "hemelse wagen" die werd gebruikt door de goden waar de kerstman van afstamt. Die wagen van Odin, Thor en zelfs Osiris kan je zien in de nachtelijke hemel: het fameuze steelpannetje in het sterrenbeeld Grote Beer, dat rond de poolster cirkelt in een periode van vierentwintig uur ... Er zijn verschillende versies van het verhaal van de kerstman, waarin de slee meestal wordt getrokken door rendieren of paarden. De vliegenzwammen groeiden op de plekken waar speeksel en bloed van de afgematte dieren op de grond viel.

Sinterklaas en zijn neef
Sint Nicolaas is een legendarische figuur die geleefd zou hebben in de vierde eeuw na Christus. Zijn status steeg zienderogen en hij werd de schutsheilige van verschillende bevolkingsgroepen, waaronder rechters, pandjesbazen, misdadigers, handelslieden, zeelui, bakkers, reizigers, de armen en de kinderen.

Veel historici zijn van mening dat de figuur van Sint Nicolaas niet echt heeft bestaan maar een Christelijke versie was van oudere heidense goden. De legende van Sint-Nicolaas ontstond vooral uit de verhalen rond de Teutoonse god Hold Nickar, die door de Grieken werd vereerd als Poseidon. Deze machtige zeegod stond er voor bekend dat hij op midwinter doorheen de hemel raasde, zijn volgelingen en gelovigen onder hem zegenend met geluk en voordelen van allerlei aard. Toen de Katholieke Kerk het personage van Sint-Nicolaas creëerden namen ze zijn naam van "Nickar" en ze geven hem de titel van Poseidon, "de Zeeman". Er zijn duizenden kerken die naar Sint Nicolaas zijn vernoemd, veel daarvan zijn eigenlijk tempels van Poseidon en Hold Nickar. Toen de oude goden door de christelijke kerk werden gedemoniseerd, werd de naam van Hold Nickar overigens ook geassocieerd met de duivel: in het Engels wordt Satan ook "Old Nick" genoemd ... De lokale gebruiken werden overgenomen in de kerkelijke kalender om de nieuwe christelijke feestdagen aanvaardbaarder te maken voor nieuwe bekeerlingen. Voor die eerste christenen was de figuur van Sint Nicolaas een soort van supersjamaan die over hun eigen sjamanistische culturele gebruiken werd gekleefd. Veel beelden van Sint-Nicolaas uit die tijd tonen hem in rood en wit, of op een rode achtergrond met witte stippen, net als een vliegenzwam. Sint Nicolaas kreeg ook een aantal kwaliteiten mee van de legendarische Grootmoeder Befana uit Italië, die de kousen van de kinderen vulde met haar geschenken. Haar schrijn in Bari (Italië) werd een schrijn voor Sint Nicolaas.

Waar kerstmis echt voor staat
Door de oeroude achtergrond achter deze populaire feesten te begrijpen, begrijpen we ook beter de moderne wereld en onze plaats er in. Veel mensen klagen dat kerstmis en Sinterklaas niets anders zijn dan een commercieel feest, dat met dit ritueel van schenken eigenlijk alleen maar materialisme en hebberigheid worden gevierd. Eigenlijk wordt met kerstmis echter een geschenk van moeder aarde gevierd: de vruchtbare bovenkant van een magische champignon.

Ook al vind ik het geweldig om mijn kinderen te vertellen over Sinterklaas en zijn neef, de kerstman, toch kan het misschien ook zinvol zijn om terug te keren naar de sjamanistische achtergrond van een feest als kerstmis en de reis van de kerstman op zijn magische slee zelf te beleven, met of zonder de hulp van een paddestoel. Er zit zelfs een geweldig kerstgeschenk voor ons in: inzicht.

Coven Cuisine: 1000 soezen en garnalen

Kerstmis wordt bij ons thuis nogal bourgondisch gevierd. Als er geen fondue of gourmet op tafel staat, weten we al van te voren dat het scampi's met slivovitch zullen zijn en een grote Saint-Honoré-taart als dessert. Dat komt omdat kerstavond meteen ook de verjaardag van mijn broer is en de jarige bij ons thuis mocht kiezen wat we zouden gaan eten op de heuglijke dag. Zo ook mijn broertje, die steevast voor zijn lievelingsgerecht ging: tijgergarnalen of scampi's en een Saint-Honoré toe.
Eigenlijk is het geen echte Saint-Honoré, want die wordt met bladerdeeg gemaakt als ik me niet vergis. Onze versie is een grote toren van soesjes, geen roomsoezen maar soesjes gevuld met banketbakkersroom, overgoten met gesmolten chocolade, een toren van mini-éclairs. Dit jaar is dat niet anders. Ook al vieren we het feest bij mijn hoogzwangere zus, het menu stond al van te voren vast: scampi's en soezentaart :-)

We zijn met z'n zessen thuis en iedereen draagt zijn steentje bij. De soezentaart staat op mijn lijstje. Vroeger kon je die soesjes al afgebakken kopen bij O'Cool maar jammer genoeg is dat niet meer het geval. Gevolg: een lichte paniekaanval verder en na de wijze raad van mijn schoonvader-kok, ga ik tonnen boter en eieren kopen :-).

Vandaag sloeg ik er het bakboek van de Boerinnenbond op na en het viel allemaal geweldig mee. Het deeg is op een wip en een scheet gemaakt en de soezen komen mooi gebruind en met z'n dertigen tegelijk uit de oven. Op één namiddag zaten ze alle honderdvijftig mooi gebakken in een doos, klaar om gevuld te worden met banketbakkersroom (uit een pakje van Soezie, het bakmerk van O'Cool). Fluitje van een cent. De volgende keer maak ik meteen zelf éclairs!

De komende week moeten we wel nog een keer of tien eieren eten, denk ik :-)

Voor een 50-tal soesjes:
  • 100 g boter, op kamertemperatuur;
  • 250 ml water;
  • 150 g bloem voor fijn gebak;
  • 1 zakje vanillesuiker;
  • 5 eieren (medium grootte), op kamertemperatuur.
Breng het water aan de kook en draai daarna het vuur lager. Doe de boter in stukjes en doe ze bij het water. Blijf roeren tot de boter gesmolten is.

Pak een grote zeef en hang die boven de kookpot. Giet er de bloem in en zeef de bloem vervolgens in één keer inde kookpot. Roer de bloem met een houten lepel stevig door het mengsel tot je een deegbal krijgt die van de kanten van de kookpot loskomt. Haal de pot van het vuur en doe de deegbal in een andere kom. Laat 3 tot 4 minuten rusten.

Neem de handmixer en draai er de kneedhaken in, dus niet de gewone mixijzers. Doe de vanillesuiker bij het deeg. Breek een ei en kneed het ei en de vanillesuiker met behulp van de mixer in het deeg. Het ei moet volledig opgenomen zijn in het deeg vooraleer je een volgend ei er doorheen werkt. Doe dit met alle vijf eieren. Je moet op het einde een glad en soepel glanzend deeg hebben dat je in pieken naar omhoog kan trekken. Als het nog te vast is, neem dan een zesde ei, maar zorg dat het deeg niet te lopend wordt, anders kan je het niet meer op een bakplaat spuiten zonder dat het uitloopt.

Boter een ovenplaat in en kleef een vel bakpapier op de ingeboterde bakplaat. Je kan ook een herbruikbaar teflon bakvel gebruiken (héél handig!).

Doe het deeg in een spuitzak met een gemiddelde spuitmond. Spuit kleine roosjes op de bakplaat. Je krijgt er waarschijnlijk een dertigtal op één plaat. Laat genoeg ruimte tussen de roosjes want uit een klein roosje komt een redelijk grote soes!

Zet de bakplaat in het midden van een op 220° voorverwarmde oven en bak af in 20 tot 25 minuten. Je zal zien dat de soesjes spectaculair rijzen!

Als ze zijn afgekoeld kan je ze vullen met banketbakkersroom. Je kan die vers maken, maar ik haal hiervoor een pakje poeder bij O'Cool: gewoon mengen met melk, mixen en klaar is kees. En de smaak en consistentie vallen heel goed mee. Vul een spuitzak met de banketbakkersroom, steek de spuitmond doorheen de bodem van de soes en spuit de holte binnen in de soes vol.
Je kan ze overigens ook vullen met iets anders: roomkaas, ijs, room, ...

Voor de Saint-Honoré stapel je de gevulde soesjes in ronde cirkels boven op elkaar zodat ze een kegel vormen. Daarna overgiet je de toren van soesjes met gesmolten chocolade. Serveer meteen.

Dit blijft zelfs na al die jaren één van mijn absolute favorieten, al heb ik ze zelf nog nooit gemaakt. Ik moet zeggen dat ik deze namiddag behoorlijk trots was toen ik de eerste lading soesjes uit de oven haalde. :-)

donderdag 24 december 2009

Lofprijzende Vrouw


Dank u Moeder, dat u me leerde
Mijn hart te verheffen in dank
Mijn geest vreugdevol te vullen
Met zegening die ik op de weg van schoonheid vind.

U leerde me om te zingen,
Te dansen en de trom te slaan.
Hoe te genieten en dankbaar te zijn,
Voor de overvloed die nog komen zal.

U toonde me de magie van een
Verandering in geest en hart.
Een door wijsheid gevormde houding
Die het 'Leven Vieren' omvat.

Nu zing ik dankbaar en in waarheid
Als ik Grootvader Zon begroet.
En Moeder Aarde zend ik mijn Liefde
Voor de levenskracht die ik ontmoet.

Uit "De 13 oorspronkelijke clanmoeders" van Jamie Sams.
Schilderij van "Lofprijzende Vrouw": Schildpadontmoetingshuis

Joy to the world (covenbijeenkomst)

Gisteren vierden we met onze coven Yule bij Eirinn thuis in Deurne. Het vroor nog steeds dat het kraakte, maar mits een beetje voorzichtig rijden waren de wegen heel goed berijdbaar.
Eirinn verwelkomde ons met lekkere warme kruidenthee die de koude al snel uit onze lijven verjoeg. Gezellig was het daar! Ik was er al een eeuwigheid niet meer geweest, sinds het huis nog een halve ruwbouw was, en ik was onder de indruk van de verbouwing. Die was vast alle miserie waard geweest, wow!

Toen we allemaal warm en relax waren, verhuisden we van de grote keukentafel naar de living, waar het altaartje klaar stond. Nadat we de cirkel hadden getrokken, was het tijd voor bezinning. We moesten nadenken over negatieve dingen die we uit het afgelopen jaar meedragen en die we graag wilden veranderen, waar we van af willen. Voor elke verandering die we wensten, mochten we een kaarsje doven. Voorzichtig formuleerden we onze goede voornemens in ons hoofd - de eerste wet van de magie indachtig: and it harm none, onszelf inclusief - en doofden we één voor één alle kaarsjes. Eirinn had overal kaarsjes gezet, haar hele huis was ermee verlicht, en langzaam werd het donkerder en donkerder tot enkel de grote altaarkaars overbleef. Eirinn doofde die ook en daar zaten we dan, in het aardedonker. Zo moet het vroeger geweest zijn, toen er van electriciteit nog lang geen sprake was en de mensen wachtten tot het ergste van de winter over was.


Daar gaat Yule over: over de terugkeer van het licht, het opnieuw lengen van de dagen, de zon die opnieuw geboren wordt. Dat zware, donkere gevoel dat als een dikke deken over ons ligt in die donkere wintermaanden gaat opnieuw oplossen naarmate de lente haar intrede doet. Ik moet zeggen dat de winter ook niet echt mijn favoriete seizoen is, al kan ik genieten van het winterzonnetje en de pracht van de witbesneeuwde stad. Ik kan bijna niet wachten tot het weer zomer is!

Eirinn stak de altaarkaars weer aan en wij deden dat met de kleine kaarsjes over al in huis. Deze keer formuleerden we positieve dingen en lichtje per lichtje werd het hele huis opnieuw stralend verlicht door de vele kaarsjes. Lachend keken we elkaar aan, blij dat we niet meer in het donker zaten.

Nu vertelde Eirinn ons nog over de Lofprijzende Vrouw, waar ze over had gelezen in De 13 Oorspronkelijke Clanmoeders, een boek van Jamie Sams. In het boek wordt elke maand gekoppeld aan een clanmoeder. Die clanmoeders zijn symbolische spirituele leraren die als aspecten van Moeder Aarde en Grootmoeder Maan het vrouwelijk principe in de mens vertegenwoordigen en je helpen om al je (vrouwelijke) talenten en kwaliteiten te ontdekken en te ontplooien.

De clanmoeder van de decembermaand is de Lofprijzende Vrouw. Eirinn las ons een stukje voor uit het boek, zodat we wisten waar de Lofprijzende Vrouw voor staat. De Lofprijzende Vrouw was een zangeres, die zong om ons weer heel te maken. Ze schenkt ons de waarheid, ze leert ons op een andere manier naar de wereld te kijken, om de leegte in ons hart niet op te vullen met materiële rijkdom en valse wijsheid. Ze leert ons om écht dankbaar te zijn voor alle geschenken die de natuur ons geeft en om tijd vrij te maken om dat te vieren. Elke dag voor het eten een gebed afdreunen is niet persé je dankbaarheid tonen ... Ze laat ons zien hoe we betekenisvol kunnen blijven door de overvloed die we ontvangen met elkaar te delen, hoe we niet alleen dankbaar moeten zijn voor wat we krijgen maar ook dankbaar dat we kunnen geven. Of hoe we nog wat kunnen leren van de Indiaanse spiritualiteit ...

Nadat we brood en wijn hadden gedeeld en de cirkel opnieuw hadden geopend, verhuisden we weer naar de gezelligheid van de grote keukentafel, met potten thee en Glühwein - een geweldig idee van Hamamelis! - en chocolade éclairs, de perfecte zondige combinatie voor een koude winteravond :-)

woensdag 23 december 2009

De laatste droom van de oude eik, een kerstvertelling van Hans Christian Andersen

Er stond in het bos, hoog op de helling bij het open strand, zo'n echt oude eik, hij was precies driehonderd vijfenzestig jaar oud, maar die lange tijd was voor de boom niet meer dan even zovele dagen voor ons mensen. Overdag zijn wij wakker, 's nachts slapen en dromen wij. Met een boom is het anders gesteld: in de lente, de zomer en de herfst is de boom wakker, en pas tegen de winter begint zijn slaap, de winter is zijn tijd van slapen, dat is zijn nacht na de lange dag, die lente, zomer en herfst heet.

Heel wat warme zomerdagen hadden de muggen om zijn kroon gedanst, geleefd, gezweefd en zich gelukkig gevoeld, en wanneer dan zo'n klein schepsel één ogenblik in stille zaligheid op een van de grote, frisse eikenbladeren zat te rusten, dan zei de boom altijd: "Stakkerdje! Je hele leven duurt maar één dag! Wat kort toch. Het is zo jammer!"

"Jammer," antwoordde dan het mugje altijd. "Wat bedoel je daarmee? Alles is zo heerlijk stralend, warm en mooi en ik ben zo blij!"

"Maar slechts één dag en dan is alles voorbij!"

"Voorbij!" zei het mugje. "Wat is voorbij? Ben jij ook voorbij?"

"Nee, ik leef misschien nog wel duizenden van jouw dagen en mijn dag duurt hele jaargetijden! Dat is iets van zo lange duur dat jij het helemaal niet kunt uitrekenen!"

"Nee, want ik begrijp je niet! Jij hebt duizenden van mijn dagen, maar ik heb duizenden ogenblikken om blij en gelukkig te zijn. Neemt al deze heerlijkheid een einde wanneer jij sterft?"

"Nee," zei de boom, "die duurt zeker langer, oneindig veel langer dan ik mij kan indenken!"

"Maar dan hebben wij toch evenveel, onze berekeningen verschillen alleen maar!"

En het mugje danste en zweefde in de lucht, was blij met zijn tere, kunstige vleugeltjes van gaas en fluweel, verheugde zich in de zoele lucht die gekruid was met de geur van het klaverveld en van de wilde rozen, de vlier en de kamperfoelie, die over de heining groeiden, om van het
lievevrouwebedstro, de sleutelbloemen en de wilde kruizemunt niet te spreken; er was een geur zo sterk dat het mugje zich heus een klein beetje dronken voelde.

De dag was lang en verrukkelijk, vol van blijdschap en goede dingen en toen de zon onderging,
voelde het mugje zich zo heerlijk moe van al die vrolijkheid. Zijn vleugels wilden het niet langer
dragen en heel zacht gleed het op het zachte, wiegende grashalmpje neer, het knikte met zijn
kopje, en sliep dan blij in: dat was de dood.

"Arme, kleine mug," zei de eik, "dat was toch een al te kort leven!"

En iedere zomerdag herhaalden zich diezelfde dans, datzelfde gesprek, hetzelfde antwoord en het
inslapen; het herhaalde zich in hele families van muggen, en alle waren zij toch gelukkig, even blij.

De boom stond wakker, zijn lentemorgen, zijn zomermiddag en zijn herfstavond, nu naderde zijn
tijd van slapen, zijn nacht ‐ de winter was in aantocht.

Reeds zongen de stormen: "Goedenacht! goedenacht! Daar viel een blad, daar viel een blad! Wij
plukken, wij plukken! Zie dat je gaat slapen, wij zingen je in slaap, wij schudden je in slaap, maar,
nietwaar, dat doet goed in je oude takken. Zij kraken ervan uit louter plezier. Slaap lekker, slaap
lekker! Het is je driehonderd vijfenzestigste nacht, eigenlijk ben je maar een jongetje van een jaar! Slaap lekker! Uit de hemel dwarrelt sneeuw, het wordt een heel laken, een warm dek om je
voeten! Slaap lekker en droom prettig!"

En de boom stond daar, beroofd van zijn loof, om ter ruste te gaan, de hele winter lang en in die
winter menige droom te dromen, steeds iets dat hij zelf had beleefd, net als de mensen dromen.
Hij was ook eenmaal klein geweest, ja, een eikeltje was zijn wieg geweest, naar menselijke
berekening leefde hij nu in zijn vierde eeuw; hij was de grootste, de hoogste boom in het bos, met
zijn kroon stak hij hoog boven alle andere bomen uit, ver op zee was hij zichtbaar, een baken voor de schepen; hij besefte helemaal niet hoeveel ogen hem zochten. Hoog boven in zijn groene kroon woonden de houtduiven en sloeg er de koekoek; in het najaar, wanneer de bladeren wel geslagen koperen plaatjes leken, kwamen de trekvogels en ze rustten daar, vóór zij over zee vlogen. Maar nu was het winter, de boom stond daar bladerloos, je kon goed zien hoe krom en knoestig de takken zich uitstrekten; kraaien en roeken zaten er om de beurt in groepjes te praten over de harde tijden die nu begonnen en hoe moeilijk het was in de winter aan voedsel te komen.

Het was juist het heilige kerstfeest, toen droomde de boom zijn schoonste droom: die moeten wij
horen.

De boom kon heel duidelijk merken dat het een feestelijke tijd was. Hij meende overal in de rondte de kerkklokken te horen luiden en daarbij was het zacht en warm als op een mooie zomerdag, fris en groen breidde hij zijn machtige kroon uit, de zonnestralen speelden tussen zijn bladeren en takken, de lucht was vol geur van kruiden en struiken; bonte vlinders speelden krijgertje en de muggen dansten, alsof alles er alleen maar was opdat zij konden dansen en pret maken. Alles wat de boom jarenlang had beleefd en om zich heen had gezien trok, als een feestelijke optocht, voorbij.

Hij zag uit oude tijden ridders en edelvrouwen te paard door het bos rijden met een veer op de
hoed en een valk in de hand; de jachthoorn weerklonk en de honden blaften.

Hij zag soldaten van de vijand met blanke wapens en in bonte uniformen, met speer en hellebaard, hun tenten opslaan en weer afbreken; het wachtvuur vlamde op en er werd gezongen en geslapen onder de brede takken van de boom.

Hij zag verliefden hier in stil geluk in de maneschijn samen komen en de eerste letter van hun
naam in de grauwgroene bast snijden. Citer en eolusharp waren er eens ‐ er lagen jaren tussen ‐
opgehangen in de takken van de eik door vrolijke, rondtrekkende gezellen, nu hingen zij daar weer, nu klonken zij daar weer zo liefelijk. De houtduiven kirden als wilden zij vertellen wat de boom daarbij voelde, en de koekoek sloeg hoeveel zomerdagen hij zou leven.

Toen was het alsof, tot in de kleinste wortels, tot in de hoogste takken, helemaal tot in de
bladeren, een nieuw leven door de boom stroomde. Hij voelde dat hij zich kon uitrekken, hij
merkte het in zijn wortels, hoe ook daar beneden in de aarde leven en warmte was, hij voelde hoe zijn kracht toenam, hij groeide hoger en hoger. De stam schoot op, er was geen stilstand, hij
groeide meer en meer, de kroon werd voller, breidde zich uit, verhief zich en naarmate de boom
groeide, groeide ook zijn gezondheid, zijn verheugend verlangen om steeds hoger te reiken,
helemaal tot de stralende warme zon. Reeds was hij hoog boven de wolken uitgegroeid, die als
duistere scharen trekvogels of als grote, witte zwermen zwanen onder hem langs trokken.

En elk blad van de boom kon zien alsof het ogen had om te zien; de sterren werden overdag
zichtbaar, groot en blank; iedere ster flonkerde als een paar ogen, zo zacht en zo helder; zij deden
denken aan bekende, geliefde ogen, kinderogen, ogen van verliefden, wanneer zij elkaar onder de
boom ontmoeten. Dat was een gelukkig ogenblik, een ogenblik vol vreugde!

En toch, bij al die vreugde voelde hij een verlangen dat alle andere bomen in het bos daar
beneden, alle struiken, planten en bloemen zich met hem mochten verheffen, met hem de glans
en vreugde mochten voelen. De machtige eik was in de droom van zijn heerlijkheid niet volkomen gelukkig als niet alle, grote en kleine, het met hem waren, en dat gevoel beefde door takken en bladeren zo innig en zo sterk als in de borst van een mens. De kroon van de eik bewoog zich alsof de boom iets zocht, iets miste, hij keek om en toen rook hij de geur van Lievevrouwebedstro en al spoedig een nog sterkere geur van kamperfoelie en viooltjes, hij meende te kunnen horen dat de koekoek hem antwoordde. Ja, door de wolken kwamen de groene toppen van het bos uitkijken.

Hij zag de andere bomen onder zich groeien en zich verheffen evenals hijzelf; struiken en planten
schoten op, enkele rukten zich met wortel en tak los en vlogen sneller. De berk was het vlugst, als een helle bliksemstraal knetterde haar slanke stam, haar takken golfden als groen gaas en groene vaandels; het hele bos, zelfs het bruingeveerde riet, groeide mee en de vogels vlogen mee en zongen en op het hoge gras, dat los fladderde als een lange, groene zijden band, zat de sprinkhaan en speelde met zijn vleugel op zijn scheenbeen; de kevers bromden en de bijen zoemden, iedere vogel zong met zijn snavel, alles was zang en vreugde tot in de hemel toe.

"Maar het kleine blauwe bloempje daar bij het water, dat moet ook mee," zei de eik, "en dat rode
klokbloempje en dat kleine madeliefje!" Ja, de eik wilde ze allemaal mee hebben.

"Wij gaan mee! Wij gaan mee!" zong het en klonk het. "Maar dat mooie lievevrouwebedstro van de vorige zomer ‐ en het jaar daarvoor was hier een heel tapijt van lelietjes‐van‐dalen ‐ en die wilde appelboom, wat stond die prachtig ‐ en al die schoonheid van het bos, jaren, jarenlang ‐ waren die toch maar tot nu toe blijven leven, dan hadden die nu ook mee kunnen gaan!"

"Wij gaan mee! Wij gaan mee!" zong het en klonk het nog hoger, het leek alsof ze vooruit waren
gevlogen. "Nee, dit is té ongelofelijk mooi!" jubelde de oude eik. "Ik heb ze nu allemaal, kleine en
grote! Niet één is er vergeten, hoe is zoveel geluk denkbaar!"

"In Gods hemel is dat denkbaar!" klonk het.

En de boom die steeds groeide, voelde dat zijn wortels zich van de aarde losmaakten.

"Dat is het allerbeste," zei de boom, "nu houdt geen band mij meer tegen! Ik kan omhoogvliegen
naar het allerhoogste in licht en glans en al mijn geliefden vergezellen mij, kleine en grote!
Allemaal! Allemaal!"

Het was de droom van de eik en terwijl hij droomde loeide er een geweldige storm over zee en
land in de heilige kerstnacht; de zee wentelde zware golven op het strand, de boom kraakte en
werd met zijn gehele wortel losgerukt, juist op het ogenblik dat hij droomde dat zijn wortels zich
losmaakten. Hij viel. Zijn driehonderd vijfenzestig jaren waren nu als de éne dag van het mugje.

Op kerstochtend, toen de zon opkwam, was de storm gaan liggen; alle kerkklokken luidden plechtig en uit iedere schoorsteen, zelfs uit de kleinste op het dak van de arme boer, steeg de rook op, blauw als van het altaar op het druïdenfeest, de offerrook van de dankbaarheid.

De zee werd stiller en stiller en op een groot schip daarbuiten, dat 's nachts het zware weer goed
had doorstaan, werden nu alle vlaggen gehesen, mooi en plechtig zoals past voor het kerstfeest.

"De boom is weg! De oude eik, ons baken op het land!" zeiden de zeelui. "Hij is gevallen in deze
stormnacht! Wie zal hem kunnen vervangen, dat kan niemand!"

Zulk een lijkrede, kort maar welgemeend, kreeg de eik die lag geveld op het sneeuwtapijt langs het strand; en over de boom klonk psalmgezang vanuit het schip, het gezang van de vreugde van het kerstfeest. Ieder daarbuiten op het schip kwam bij het horen van het gezang en door het gebed in een blijde stemming. Juist zoals de oude boom in de kerstnacht zich verhief in zijn laatste, schoonste droom.

zaterdag 12 december 2009

Coven Cuisine: de ouderwetse geneugten van stoofvlees

Ne grote met stoverijsaus en mayonnaise. Toen wij in vroeger dagen plachten uit te gaan in Wezembeek-Oppem en omstreken, gingen we dikwijls nog een pak friet halen op de hoek in Nossegem voor of nadat we naar de ene of de andere fuifzaal trokken. Voor mij horen stoofvlees en frieten dan ook samen zoals ying en yang, donker en licht. Toen ik Jeroen Meus in Plat Préféré zijn versie van het ouderwetse gerecht zag klaarmaken, was ik meteen weer twintig jaar jonger :-)

Bovendien is dit weer zo'n perfect versie van comfort food waar ik alvast in die koude donkere dagen graag naar terug grijp. Ik besloot om mijn moeders versie van de Vlaamse klassieker van onder het stof te halen. Heerlijk ouderwets, heerlijk lekker! Je moet er alleen veel tijd voor hebben en dat mankeert mij jammer genoeg nogal eens ...

Nodig voor 4 tot 6 personen:

  • 1 kg rundsstoofvlees (de beenhouwer heeft die waarschijnlijk al in gelijke stukken gesneden, prima!);
  • 2 flesjes bier (dat kan gewone pils zijn, maar een donkerder biertje genre trappist is lekkerder);
  • 2 soeplepels appel-perenstroop;
  • 4 ajuinen;
  • 2 takjes tijm;
  • 2 laurierblaadjes;
  • 2 kruidnagels;
  • 2 sneetjes bruin brood;
  • mosterd;
  • een scheutje witte azijn;
  • margarine om te bakken;
  • water.
Pel de ajuinen en hak ze in stukjes. Stoof ze samen met de kruiden in een grote pot tot ze glazig worden.

Bak het stoofvlees in een pan tot het vlees langs alle kanten mooi bruin is. Kruid met peper en zout. Voeg daarna de stukjes vlees bij de ajuin.

Giet één van de flesjes bier in de pan en wrijf met een houten lepel het vleesaanbaksel los. Giet daarna het warme bier bij het stoofvlees. Het stoofvlees moet min of meer onder het bier staan. Voeg als het nodig is nog wat extra water toe. Voeg daarna nog twee soeplepels stroop toe en roer alles door elkaar.

Smeer twee bruine boterhammen met mosterd en leg die omgekeerd, met de mosterd naar beneden, op het stoofvleesmengsel.

Laat nu alles ongeveer drie uur of zelfs langer sudderen op een gemiddeld vuurtje. Roer regelmatig om en check of het stoofvlees niet te droog wordt. Voeg dan het tweede flesje bier toe en daarna extra water.

Als het vlees mals en zacht is geworden en bijna in vezels uit elkaar valt, is de stoverijsaus zo goed als klaar. Kruid verder af met peper en zout en een klein scheutje azijn.

Dien op met goudgeel gebakken frietjes en een dikke dot mayonnaise. Geweldig!