De menhirs van Carnac

Ze stonden hoog op onze bucketlist voor deze zomer en dus trapten we er onze vakantie in Bretagne mee af: de menhirs van Carnac. Ons huisje ligt op een uur rijden van de site en dus gaan we na een goed ontbijt op zoek naar deze fascinerende plek. En nog vele vele anderen met ons, zo blijkt. Er komen nu zoveel mensen de menhirs bekijken dat je er enkel nog langs de omheining omheen kan lopen, tenzij je met een gids meegaat. Alleen met een gids kan je tijdens de drukke zomermaanden nog echt tussen de rijen menhirs zelf lopen. Heel begrijpelijk maar wel jammer. Het zegt iets over onze tijd dat de stenen die hier al een paar duizend jaar weer en wind trotseren, nu op een fractie van die tijd verloren dreigen te gaan door de sturm & drang van onnozele mensen zonder respect voor de geschiedenis van deze speciale plek.

Wetenschappers weten nog altijd niet waar de stenen echt voor dienden. Ze werden hier gezet tussen de 3.000 en de 5.000 jaar voor Christus, in een tijd waarin mankracht nog niet was vervangen door machines. En het is niet dat hier maar een paar steentjes staan: het zijn er drieduizend! 



De stenen staan opgesteld in kilometerslange evenwijdige rijen, ongeveer van west naar oost. Het gaat om vier verschillende menhirvelden -  Menec, Kermario, Kerlescan en Petit Menec - die achter elkaar liggen en zo’n beetje een bijna aaneengesloten geheel vormen. 

Bij Le Menec is een knalmodern bezoekerscentrum gebouwd, waar je een gegidste rondleiding kan boeken. Wij wandelden echter zonder gids en dus buiten de omheining, rond Le Menec (1), naar de grafheuvel van Saint-Michel, dan verder over Toul-Chignan (2) naar de veel grotere stenen van Kermario (3) en de dolmen daar (4). 


Zelfs buiten de omheining kan je niet anders dan ontzag hebben voor deze monumentale plek. Het moet een heus huzarenstukje zijn geweest om het hele complex van Carnac te bouwen en zoiets doe je niet zomaar eventjes omdat je er zin in had een zaterdagnamiddag. De rijen stenen moeten een diepe betekenis gehad hebben voor de bouwers uit het neolithicum. Zelfs ons boezemen de stenen ontzag in, moderne mensen als wij, die alles al hebben gezien. Het is niet zozeer hun omvang - al zijn de stenen van Kermario flink uit de kluiten gewassen - maar de haast oneindige rijen die in de verte verdwijnen. 

De menhirs van Carnac staan opgesteld in rijen die van west naar oost lopen, en dus de zonsopgang en -ondergang volgen. Het is nu moeilijk nog te zien, maar op de twee uiteindes van het complex van Le Menec stond een cromlech, een gesloten steencirkel, of eigenlijk meer een ovaal of een ei, zo je wil. De korte as van de ovaal in het westen is gericht naar de ondergaande zon op de winterzonnewende en naar de opgaande zon op de zomerzonnewende. In de ovaal in het oosten is het de lange as die naar de opgaande zon op de winterzonnewende is gericht en op de ondergaande zon op de zomerzonnewende. 

De cirkel in het westen ligt op een verhoging in het landschap: je kon er niet naast kijken. Uit opgravingen heeft men kunnen opmaken dat de stenen een ceremoniële functie moeten hebben gehad, maar wat precies hun doel was blijft een mysterie. De hernieuwde belangstelling in de 19de eeuw voor alles wat Keltisch is, zorgde voor een heleboel theorieën die allemaal verkeerd zijn. Neen, de Kelten hebben de steencirkels en steenrijen niet gebouwd. Ze stonden hier al duizenden jaren eerder. Ze hebben dus absoluut niets met druïden te maken, Obelix met zijn voorliefde voor menhirs ten spijt. Neen, ze hebben ook niks te maken met een oeroude slangencultus. Tegenwoordig denkt men eerder aan een soort van ceremoniële overgang tussen twee werelden (die van de levenden en de doden?), net als Stonehenge trouwens.

Maar het is te begrijpen dat de mensen een verklaring nodig hadden voor de stenen in hun achtertuin. Als je nu langs de rijen en rijen stenen wandelt, dan doe je dat in een landschap met bomen en huizen, maar als je naar oude foto’s uit de 19de eeuw kijkt, dan besef je dat de stenen in een kaal, grassig heidelandschap stonden. Behalve de stenen en de wind was er helemaal niks. Het was voor de mensen uit de rurale gemeenschappen van toen niet te bevatten dat de stenen door mensenhanden konden zijn gemaakt en dus deden ook een heleboel volksverhalen de ronde. Het zouden Romeinse soldaten zijn die werden versteend toen ze Bretagne wilden binnenvallen. Het zouden wachters zijn die een schat bewaken en één keer per jaar tot leven komen, op kerstavond, om te gaan drinken. En opgelet voor de Korrigans, de lepe goblinachtige wezentjes uit de Bretoense folklore die hier zouden huizen en op Samhain feest zouden vieren tussen de stenen ... In alle volksverhalen lees je tussen de lijnen door voorzichtigheid en ontzag, en misschien zelfs een beetje schrik rond de stenen, maar dat zorgde er ook voor dat de mensen de stenen respecteerden, waardoor ze er nu na 5.000 jaar nog altijd staan.


Dit is waarlijk een schitterende plek. En toch. De toeristentreintjes rijden af en aan langs de site - ‘Carnac en 15 minutes!’ - en er loopt er zoveel volk over het pad, dat er van de mystieke sfeer uit de jaren stilletjes niet veel overschiet. Om het in Changeling-termen te zeggen: te veel banaliteit, daar kan de glamour van zelfs deze plek niet tegen op.


Meer info: 


Reacties

Populaire posts