De klok van broeder Bernardin

Vol bewondering kijken we naar het mechanisme van de klok en de bolletjes die boven ons hoofd hangen in de glazen koepel. We staan op het binnenplein van het klooster van de “Frères de l’Instruction Chrétienne” in Ploërmel, op zoek naar de astronomische klok, een verborgen pareltje op een half uurtje rijden van ons huisje.

De klok is het werk van broeder Bernardin, die hem tussen 1850 en 1855 bouwde. Dat vertelt de oude man ons die een oogje in het zeil houdt. Broeder Arsène is zo’n beetje de bewaker van de klok en weet alles wat er over te weten valt. Met zijn kleine gestalte, twinkeloogjes en beetje kinderlijk gevoel voor humor doet hij me denken aan mijn grootvader. Die kon ook honderduit vertellen over zijn Leeuw van Waterloo, alsof hij de slag zelf had meegemaakt. :-)



Broeder Bernardin - geboren  als Gabriel Morin in 1812 - was volgens hem een beetje een autist die het niet zo goed deed op school. Hij was wel heel goed in tellen en bloeide pas helemaal open toen hij als veertienjarige bij de broeders van Ploërmel terechtkwam. Daar leerde hij van één van de broeders alles over astronomie en wiskunde. Uiteindelijk werd hij zelf leraar wiskunde - net als Broeder Arsène - en maakte de klok in zijn vrije tijd, als een hulpmiddel voor zijn lessen. 

Had ik al niet eens gezegd dat ik een mateloze bewondering heb voor van die gepassioneerde zotten die eigenhandig iets fenomenaals weten te bouwen, tegen alles en iedereen in? Broeder Bernardin is zo’n zot. En wat voor één!

De klok bestaat uit tweehonderd tandwielen die hij één voor één met de hand uitsneed na ingewikkelde en gedetailleerde wiskundige berekeningen. De tandwielen drijven tien wijzerplaten aan die elk een andere tijdberekening aangeven:  de zonnetijd (dus één of twee uur vroeger dan de tijd die we gewoon zijn), de datum en de dag van de week, de maanfazen, de seizoenen en de tekens van de dierenriem, enz. ... Hij heeft er zelfs twee schijven bijgedaan die de nachtelijke sterrenhemel boven Ploërmel laat zien.


Al die wijzerplaten worden aangedreven door de centrale klok, die elke dag wordt opgewonden. Na meer dan 170 jaar blijkt de klok nog altijd uiterst precies. Ze werd een tijd geleden gedemonteerd en naar een lab in Straatsburg gebracht om na te kijken hoe accuraat ze was. Blijkbaar wist Bernardin wat hij deed want op 3 miliseconden na, blijkt zijn klok nog altijd juist te lopen. Niet slecht voor een autodidact die moeite had om te leren lezen en schrijven.

Wij zijn al bijzonder onder de indruk, maar als hij hoort dat we van Antwerpen komen, gaan ogen van onze gids nog wat harder glanzen. “Ooh, jullie hebben de mooiste klok ter wereld,” verzucht hij. Enthousiast duikt hij naar binnen en komt terug met een vergeeld boekje van de Zimmertoren in Lier. Eerbiedig laat hij ons de oude zwartwitfoto van de klok op de Zimmertoren zien. Of we daar wel eens zijn geweest? Allevier knikken we, ieder van ons is daar ooit met school geweest, als zit er dertig jaar tussen onze schoolbezoekjes :-)

Behalve de wijzerplaten drijft de klok ook een planetenstelsel aan. Broeder Arsène wijst ons enthousiast de zilveren bolletjes die de planeten voorstellen en die op staafjes rond een gouden zon draaien. De bolletjes boven ons hoofd staan precies waar ze op dit eigenste moment in de hemel staan! Hij richt zich specifiek tot de kinderen: of ze weten in welke volgorde de planeten staan? Mijn bollebozen lopen zonder aarzelen het rijtje af: Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Ik ben onder de indruk, de oude man duidelijk ook. Hij leert hen toch nog vlug een Frans ezelsbruggetje dat zelfs Dries kan onthouden: “Mon vélo tourne mal, j’en souhaite un nouveau” (tourne, met de T van Terre natuurlijk). De enige planeten die we niet terugvinden boven ons hoofs zijn Neptunus en Pluto. Die waren immers nauwelijks of nog niet ontdekt toen Bernardin zijn klok in elkaar knutselde: Neptunus in 1846 (maar het nieuws bereikte Bernardin pas veel later) en Pluto zelfs pas in 1930, vijftig jaar na zijn dood.



De oude man wijst ons nog op de wijzer die de maanstanden aangeeft. Bij nieuwe maan verdwijnt de wijzer helemaal achter de wijzer van de zon. Dan is het alsof er helemaal geen maanwijzer is. In het uur voordat de wijzer helemaal verdwenen is en het uur erna had Broeder Bernardin volgens onze gids een zinnetje klaar voor de zeemanskinderen die hij leerde navigeren op de sterren en aan wie hij de wonderen van de hemel uitlegde, iets als “geen paniek, ik verdwijn nu maar na mij komt er een nieuwe maan”, en “hier ben ik, de nieuwe maan, zie je wel dat je niet bang moest zijn?”. Of zoals Frère Bernardin het volgens Frère Arsène bedoelde: na de winter komt altijd een nieuwe lente, er komt altijd een nieuwe dag, er is altijd hoop als je vertrouwen hebt in de schepping (en de schepper). 

Dat kunnen wij heksen volmondig beamen.


Meer info:


Reacties

Populaire posts